Arbeid en Ondernemerschap
Arbeid, of liever gezegd: het vermeende tekort aan gewillige arbeidskrachten dat na de afschaffing van de slavernij in 1863 was ontstaan, was de reden waarom de Javaans-Surinaamse migratiegeschiedenis een aanvang nam. In Suriname moesten de Javanen de plaats innemen van de ex-slaven. De plantagehouders hoopten via deze injectie van nieuwe arbeidskrachten de wegkwijnende plantage-economie weer leven in te blazen. Sindsdien nemen arbeid, en hard werken, in de levensverhalen van Javaanse Surinamers een prominente plaats in. Mede door het gebrek aan scholingsmogelijkheden was het in Suriname noodzakelijk dat iedereen in het gezin een steentje bijdroeg aan het gezinsinkomen. De vrouwen dreven allerlei handeltjes waarmee ze extra geld verdienden. Er waren ook vrouwen die een eigen warung begonnen. De migratie naar Indonesië respectievelijk Nederland zorgde met name voor de jongere generaties voor ruimere mogelijkheden om hogerop te komen. Zij kozen vaak voor technische beroepen of ze begonnen een eigen bedrijf.

De Javaanse dorpswinkel van Rasmon te Meerzorg, 1962.
Dit thema speelt een rol in het levensverhaal van:
Achmad Djoeneri
Achmad Ismaïl
Achmad Arievie Kasto Soetoredjo
Amin Ngoesman Soekatma (alias Oesje)
Antonius Dasiman Senawi
Bob Saradin
Carmen Karta
Carmen Soeroto
Giman Karto Sentono
Harry Ponidin Tjodikromo
Haryanti Hardjo
Joesoef Ismaïl
Marlène Sopawiro-Sapoen
Ngadimin Saridjo
Saimin Redjosentono
Sakri Ngadi
Sawal Karman
Siyem
Soedar Kartopawiro
Soeëb Danoe
Soehirman Patmo


